Noodsignaal op het water: zo roep je hulp in
Een noodgeval op het water vraagt om snel en duidelijk handelen. Brand aan boord, een ernstige aanvaring of een schip dat dreigt te zinken: in situaties waarin mensen direct gevaar lopen, is het belangrijk om zo snel mogelijk alarm te slaan. Met een correct noodsignaal weten hulpdiensten waar je bent en welke hulp nodig is.
Wanneer gebruik je een noodsignaal?
Gebruik een noodsignaal wanneer er sprake is van ernstig en onmiddellijk gevaar voor mensen of schip en directe hulp nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een man-overboordsituatie waarbij iemand niet teruggevonden kan worden, een onbeheersbare brand of een schip dat dreigt te vergaan.
Is de situatie dringend, maar is er geen direct levensgevaar? Gebruik dan het urgentiebericht PAN-PAN. Voor belangrijke veiligheidsinformatie, zoals een drijvend obstakel, wordt SECURITÉ gebruikt. Kies het juiste signaal: een onterechte noodoproep kan hulpdiensten onnodig inzetten.
Een noodoproep via de marifoon
Op zee wordt een noodoproep doorgaans via de marifoon gedaan op VHF-kanaal 16. Als je marifoon DSC heeft, kun je ook de rode noodknop gebruiken. Daarmee wordt een digitaal noodalarm verzonden via DSC-kanaal 70. Gebruik die knop alleen bij een echte noodsituatie en volg, zodra dat kan, het alarm op met een gesproken oproep op kanaal 16.
Spreek rustig en duidelijk. Een standaard gesproken noodoproep verloopt als volgt:
- Zeg drie keer: “MAYDAY, MAYDAY, MAYDAY”.
- Zeg: “Dit is”, gevolgd door de naam van je schip, drie keer herhaald.
- Noem je roepnaam en, als je die weet, je MMSI-nummer.
- Geef je positie zo nauwkeurig mogelijk door, bijvoorbeeld in coördinaten of ten opzichte van een herkenbaar punt.
- Beschrijf kort wat er aan de hand is en welke hulp je nodig hebt.
- Noem het aantal opvarenden en eventuele gewonden.
- Geef aanvullende informatie, zoals de kleur, het type en de toestand van je schip.
Voorbeeld: “MAYDAY, MAYDAY, MAYDAY. Dit is zeiljacht Aurora, Aurora, Aurora. Roepnaam …, MMSI … . Positie … . We hebben brand aan boord en kunnen de brand niet blussen. Er zijn vier opvarenden, één gewonde. Verzoeken onmiddellijke hulp.”
Blijf bereikbaar en volg de aanwijzingen op
Laat de marifoon aanstaan en houd kanaal 16 uitgeluisterd. Herhaal belangrijke informatie als daarom wordt gevraagd. Verplaats je alleen als dat veilig kan en volg de instructies van de kustwacht of andere hulpverleners op. Is er geen reactie, probeer de oproep dan opnieuw en gebruik een andere beschikbare manier om alarm te slaan.
Andere manieren om alarm te slaan
Een EPIRB of PLB kan een noodsignaal via satelliet versturen en is vooral nuttig wanneer je buiten het bereik van een mobiele telefoon bent. Rood lichtkogelsignaalvuurwerk kan helpen om je positie zichtbaar te maken, maar gebruik het alleen wanneer hulpverleners het signaal kunnen zien en volg de veiligheidsinstructies op. Een mobiele telefoon kan een aanvullende optie zijn als er bereik is; geef dan zo precies mogelijk je locatie door.
Bereid je voor vóór vertrek
- Controleer of de marifoon werkt en of de accu is opgeladen.
- Zorg dat je weet hoe DSC werkt en dat de juiste MMSI- en GPS-gegevens zijn ingesteld.
- Bewaar noodnummers en noodprocedures op een plek waar de bemanning ze snel kan vinden.
- Leg aan iedereen aan boord uit hoe je een noodoproep doet.
- Controleer regelmatig de houdbaarheid en staat van noodsignaalmiddelen.
Een goed noodsignaal is kort, duidelijk en bevat vooral drie dingen: wie je bent, waar je bent en wat er aan de hand is. Voorbereiding maakt het eenvoudiger om die informatie te geven wanneer elke seconde telt.
5 Essentiële Tips voor het Gebruik van Noodsignalen
- Bel 112 bij direct gevaar.
- Geef je locatie duidelijk door.
- Gebruik SOS-signalen alleen bij nood.
- Maak jezelf zichtbaar voor hulpverleners.
- Volg de aanwijzingen van hulpdiensten.
Bel 112 bij direct gevaar.
Is er direct gevaar voor mensen en kun je niet via de marifoon om hulp vragen? Bel dan 112 zodra dat veilig kan. Vertel duidelijk waar je bent, wat er is gebeurd en hoeveel mensen hulp nodig hebben. Houd je telefoon bereikbaar en volg de aanwijzingen van de meldkamer op. Op het water kan mobiel bereik ontbreken; gebruik daarom waar mogelijk ook de marifoon of andere noodmiddelen.
Geef je locatie duidelijk door.
Geef je locatie zo duidelijk en nauwkeurig mogelijk door wanneer je een noodsignaal uitzendt. Noem je gps-coördinaten als je die kunt aflezen, en vul ze aan met herkenbare punten in de omgeving, zoals een haven, boei of kustlijn. Controleer of je de coördinaten correct uitspreekt en herhaal ze zo nodig. Een precieze locatie helpt hulpdiensten je sneller te vinden.
Gebruik SOS-signalen alleen bij nood.
Gebruik SOS-signalen alleen bij een echte noodsituatie waarin mensenlevens of het schip direct gevaar lopen en onmiddellijke hulp nodig is. Een vals of onnodig noodsignaal kan hulpdiensten en andere schippers onnodig alarmeren en middelen weghalen bij mensen die wél dringend hulp nodig hebben. Twijfel je of de situatie een noodgeval is, gebruik dan het passende urgentie- of veiligheidsbericht in plaats van een noodsignaal.
Maak jezelf zichtbaar voor hulpverleners.
Maak jezelf zichtbaar voor hulpverleners, zodat ze je sneller kunnen vinden. Gebruik noodsignaalmiddelen, zoals een rood lichtsignaal of een fakkel, alleen wanneer dat veilig kan en volgens de gebruiksinstructies. Zorg ook dat je marifoon of ander communicatiemiddel aanstaat en geef je positie zo nauwkeurig mogelijk door. Is het donker, gebruik dan verlichting of reflecterende materialen om de aandacht te trekken.
Volg de aanwijzingen van hulpdiensten.
Volg tijdens een noodsituatie altijd de aanwijzingen van de kustwacht en andere hulpdiensten. Zij kunnen de situatie overzien en vertellen wat je het beste kunt doen. Blijf bereikbaar via de marifoon, geef gevraagde informatie rustig en duidelijk door en verander je koers of positie alleen wanneer dat veilig is en de hulpdiensten dit adviseren.
